Page 8 - ER WAS EENS ...
P. 8

heim, Sam Lundwall, Damon Knight, Kingsley Amis, Sam Moskowitz, Brian Aldiss,
             Darko Suvin, Alexei Panshin, John Clute & Peter Nicholls en zo vele anderen.

             Ongetwijfeld bijzonder waardevol studiewerk, al kan men – heel in het algemeen dan
             wel - reserves hebben in verband met definities op literair en artistiek niveau, in die
             zin dat zij voor de wat avontuurlijke schrijver of kunstenaar altijd een uitdaging in-
             houden om de grenzen daarvan zo snel mogelijk uit te testen en te overschrijden.

             Zo  was  de  “roman”,  heel  eenvoudig,  een  langer  verhaal  in  prozavorm.  Niettemin
             bracht Laurence Sterne in zijn “Tristram Shandy”, medio de 18° eeuw, al volledig
             blanke en zwarte pagina’s in, lijstjes, paragrafen met zwarte stippen en wat al meer,
             wat die definitie toch behoorlijk relativeerde.


             Terwijl de Franse kunstkenner Maurice Denis ooit schreef dat een schilderij – tot zijn
             essentie teruggebracht – tenslotte een met verf bedekte oppervlak was. Wat voor hem
             al wel een uiterst minimalistische voorstelling van zaken was, maar mettertijd (van
             de kubisten over Marcel Duchamp tot Anselm Kiefer)  al evenmin houdbaar bleek.

             Een gelijkaardig effect merkte men, ter zake science fiction, in de zestiger jaren van
             de 20° eeuw. Science fiction werd door de doorsnee lezer toen overwegend nog the-
             matisch gezien – ruimtevaart, robots, tijdreizen en dergelijke meer - maar in het ka-
             der  van  de  zogenaamde  “new  wave”  rond  Michael  Moorcock’s  magazine  “New
             Worlds” werd het genre in alle richtingen opengebroken : “inner space” tegenover
             “outer space”, om slechts dat heel enkele voorbeeld te geven.

             Mogelijk geeft een meer evolutieve benadering een beter idee van de essentie van
             wat science fiction op zijn best kan zijn.

             Literatuur komt in verschillende vormen voor en kan op verschillende manieren wor-
             den opgedeeld. Een bekende opsplitsing is die tussen realistische literatuur en fantas-
             tische literatuur. Die laatste bedoelt doorgaans alleen de lezer te verbazen of te ver-
             vreemden, maar zij kan ook worden aangewend om – via een omweg dan – realisti-
             sche en kritische  elementen aan te brengen, die in directe vorm wat saai overkomen
             of politiek of religieus gesproken te gevaarlijk zijn om zo maar op papier te zetten.

             Ondermeer  allegorieën,  dierenfabels,  satires  en  utopische  reisverhalen  lenen  zich
             daartoe.

             Mettertijd werden ook “wetenschappelijke” elementen in die optiek aangewend. De
             Griekse auteur Loekianos (ca. 117-180 ?) verplaatste al personages naar de maan en
             die formule werd ook na de “duistere middeleeuwen” weer meermaals hernomen. En
             met de opkomst van de natuurfilosofie in de 16° en de 17° eeuw voegden zich hier-
             aan ook technische elementen toe, die het verhaal meer geloofwaardigheid boden.
   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13