Page 9 - ER WAS EENS ...
P. 9

Zo vindt men in 1657 al verrassend op een drietrapsraket en een grammofoon lijken-
             de toestellen in Cyrano de Bergerac’s “Les Etats et Empires de la Lune”. Hijzelf en
             de “Libertijnse kring” rond de filosoof Gassendi, waartoe hij behoorde, geloofden in
             wetenschap als middel om de maatschappij vooruit te helpen en obscurantisme met-
             tertijd te verdringen.

             Anderzijds waarschuwt Mary Shelley, in 1818 al, voor foute interpretaties of al te ar-
             rogante aspiraties van de wetenschap in haar “Frankenstein, or the modern Prome-
             theus”.

             Waarbij wij al dadelijk twee in de latere science fiction veel voorkomende houdingen
             ten overstaan van de wetenschap en de evolutie van de maatschappij herkennen.

             Verder “voedde” het genre zich (vooral dan in de 20° eeuw..) als het ware zelf : ex-
             trapolaties en innovaties situeert men bijvoorbeeld het makkelijkst in de toekomst of
             op  een  verre  planeet,  en  zo  werd  gewoon  elk  toekomstverhaal  en  elk  buitenaards
             avontuur de facto “science fiction”.

             En daarbij bleef het niet want volgens de ontwikkelingen van wetenschap en tech-
             niek, van de actualiteit en van de gevoeligheden van het moment voegden zich daar-
             aan voortdurend nog nieuwe elementen toe : UFO’s en aliens, de “Bom” en de drei-
             ging van een nucleaire holocaust en een “nucleaire winter” met moeizaam overleven-
             de groepen, cybernetica en robotica, informatica, AI, virtuele werelden, nanotechno-
             logie, ecologische problematiek, je noemt het maar.

             Persoonlijk houd ik niet zo van thematische definities, maar om feitelijke toestanden
             kan men nu eenmaal moeilijk omheen.

             Blijft  iets  te  zeggen  over  het  vaak  gehoorde  en  even  vaak  verwenste  onderscheid
             tussen gewone en zogenaamd betere science fiction.

             Een onderscheid waar men, dacht ik, moeilijk omheen kan. Ook weer heel persoon-
             lijk wou ik hierbij stellen dat een kortverhaal of een boek, en zelfs gewoon elke lite-
             raire of artistieke productie, meerdere “dimensies” heeft. Voor een boek is dit onder-
             meer een narratieve dimensie, een artistieke dimensie, een inventieve of innovatieve
             dimensie, een filosofische dimensie, een socio-economische dimensie, een ideologi-
             sche dimensie en nog andere, waarvan meerdere, net als de natuurkundige dimensies
             (die intussen toch ook al aan een twaalftal of meer toe zijn..) waarschijnlijk nog te
             ontdekken vallen.

             Zodat een boek, ik zeg maar, ongewoon spannend, maar erbarmelijk slecht geschre-
             ven,  of  artistiek hoogstaand  maar  ideologisch  uiterst verwerpelijk  kan  zijn.  Het is
             niet zo moeilijk verdere varianten te bedenken. En het lijkt me persoonlijk dan ook
             dat  een boek,  en  dus  ook  een science  fiction verhaal of roman of  film  “beter”  is,
             naarmate hij op meerdere niveaus behoorlijk “presteert”.
   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14